Gedragsregels

Voor de leerlingen gelden onderstaande regels als basis voor hun gedrag:

  • Je draagt geen jassen binnen de school.
  • Je draagt geen petten, mutsen of andere hoofddeksels binnen de school.
  • Je bedient je niet van verbaal en/of fysiek geweld.
  • Je behandelt medeleerlingen en medewerkers met respect.
  • Je bent op tijd in de les met alle benodigde schoolspullen.
  • Jouw werk voor school is in orde.
  • Je eet en drinkt niet in de lokalen.
  • Je mag – als leerling van de onderbouw – onder schooltijd niet van het terrein af.
  • Je werkt op de computers van school alleen voor schoolzaken.
  • Je helpt mee de school schoon te houden.
  • Je mag niet roken op het terrein van en rondom de school.
  • Je begeeft je niet op het terrein van de Belastingdienst.

Vanzelfsprekend is bovenstaande opsomming niet meer dan een kader dat wenselijk gedrag aangeeft. Docenten kunnen in hun lessen aanvullende regels stellen. In het leerlingenstatuut staan de rechten en plichten van de leerlingen vermeld.